maandag 27 februari 2012

Patroon zwanen

Het patroon van deze elegante zwanen - met vleugels zijn ze zelfs majestueus - is voor € 1.50 te koop. Door op onderstaande link te klikken, bestel je het patroon via de breisite Ravelry.







vrijdag 24 februari 2012

Breipatroon lief muisje

Dit muisje geeft je de kans om uit te proberen hoe het breien met de magic loop werkt.
Het patroon voor het muisje heb ik in het Nederlands op Ravelry gezet, als gratis download.

Dus haal je rondbreinaald tevoorschijn, en een restje bijpassend garen, en klik op deze link. Je komt dan op de Ravelry site (daar heb je een (gratis) account voor nodig), via de link 'free Ravelry download' krijg je de keus om een Engels dan wel Nederlands patroon te downloaden.





Dichtmazen

Mazen is eigenlijk het met de hand nabootsen van een gebreide toer. Je kunt hiermee bijvoorbeeld de laatste toer van een krans vastmaken aan de eerste toer (die gebreid is op een voorlopige opzet), op zo'n manier dat je later onmogelijk kunt zien waar je eigenlijk was begonnen. Perfect gewoon.

Eigenlijk is het niet eens moeilijk. Houd gewoon in gedachten hoe een gebreide steek eruit ziet.
Houd de twee toeren die aan elkaar gemaasd moeten worden, tegen elkaar. Het breiwerk op de foto is gebreid op een voorlopige gehaakte opzet, en de andere kant zit nog op de breinaald. Als je een ronde toer (zoals bij een krans) wilt dichtmazen, is het handiger om de laatste toer even op een hulpdraad te nemen.



'Open' de gehaakte ketting lossen door het uiteinde terug te halen. Haal de ketting lossen voorzichtig uit totdat je bij het breiwerk bent gekomen.









Neem een stompe naald en steek die van rechts naar links door de eerste steek op de naald.










Nu komt eigenlijk het moeilijkste gedeelte: uitvinden hoe de eerste steek in elkaar zit aan de andere kant... Het losse eindje van de opzet is eigenlijk de eerste helft van de eerste steek die je nodig hebt. Als je goed naar je breiwerk kijkt, zie je misschien wat ik bedoel, anders ga je gewoon hier verder: steek de naald van de averechte kant af naar de rechte kant langs het garen van de opzet in de eerste hele steek. Haal de gehaakte losse voorzichtig weg.


Trek voorzichtig aan, totdat je een mooie steek ziet ontstaan, steek de naald daarna van voor naar achter in de eerste steek om de steek af te maken. De naald gaat daarna van rechts naar links (averecht) door de volgende steek op de naald, om te beginnen met de tweede steek. Trek de draad weer door.
Nu weer aan de andere kant. Steek de naald van boven naar onder door de eerste hele steek, daarna langs de gehaakte opzet in de volgende steek, van de averechte kant naar de rechte kant.
En zo door, op en neer, steeds een steekje verder. Geniet van het resultaat:


Voorlopige opzet - gehaakt

Sommige breiwerken worden gebreid op een voorlopige opzet. Als je die voorlopige opzet later weghaalt, kun je bijvoorbeeld de steken opnemen en de andere kant op breien. Of je kunt de lusjes van de eerste toer mazen aan de laatste toer van hetzelfde of een ander breiwerk, zodat je een perfecte afwerking krijgt (zie hiervoor de uitleg over het dichtmazen).
Sommige breisters gebruiken het liefst een gewone brei-opzet met een contrasterende kleur. Ze knippen die dan voorzichtig weg om de steken op te kunnen nemen. Dat kan ook, maar zelf ben ik echt enthousiast over de gehaakte voorlopige opzet: omdat het eigenlijk een rij gehaakte lossen is, kun je hem heel makkelijk verwijderen wanneer dat eenmaal nodig is.

Je hebt er natuurlijk wel een haaknaald voor nodig, en een klein beetje kennis van haken - die hoeft niet verder te gaan dan het haken van een rijtje lossen. Gebruik garen van dezelfde dikte maar in een contrasterende kleur als het breiwerk dat je gaat maken. Maak hiermee een beginlusje en steek de haaknaald daardoor. Houd de breinaald vast, garen aan de achterkant, en ga met de haaknaald aan de voorkant over de breinaald heen:


Neem de draad op en haal hem door het beginlusje. Het voelt een beetje ongemakkelijk, maar zo gaat het wel.


En dan nog een keer: garen achter de breinaald, maak een losse door de draad over de breinaald heen op te halen.



Ga zo door totdat je genoeg steken hebt opgezet. Maak nog een paar lossen zonder daarbij over de breinaald te gaan, zodat je de opzet makkelijk kunt weghalen als dat nodig is. Knip de draad door en trek de laatste lus uit, zodat de opzet niet op het verkeerde moment uitgehaald kan worden.



Op deze opzet begin je met het breien.

Verkorte toeren - een nieuwe oplossing om gaatjes te voorkomen

Verkorte toeren zijn ideaal voor het maken van ronde vormen. Hielen in sokken bijvoorbeeld, maar ook voor het breien van bijvoorbeeld knuffels. Een bekende methode is om de draad te wikkelen om de volgende steek, en die in de volgende toer samen te breien. Echt heel mooi, eerlijk waar, maar ik bleef steeds maar vergeten om de steek samen te breien met de omwikkeling, en dat gaf geen mooi resultaat.
Ik was dan ook heel blij om op YouTube een filmpje te vinden van Cat Bordhi, die een andere manier heeft uitgewerkt om deze verkorte toeren te maken. Ze noemt ze 'sweet tomatoe heels', omdat ze sokken ermee breit.

Zo gaat het:
Aan de goede kant van het werk brei je het aangegeven aantal steken. Dan draai je het werk om, je haalt de eerste steek averecht af en breit het aangegeven aantal steken averecht. Weer omkeren, de eerste steek averecht afhalen (met de draad al naar achter) en verder recht breien tot aan de afgehaalde steek. Het is makkelijker om niet te vergeten om hier te stoppen, want door het omdraaien en verder breien is er een gaatje ontstaan. De afgehaalde steek wordt nu samengebreid met de steek daaronder (zie foto). Neem gewoon de steek eronder erbij op de naald en brei ze recht samen.
Als je in het rond breit, kom je in de volgende toer vanaf de andere kant bij de andere afgehaalde steek. Om de steek eronder bij de steek op de naald te krijgen, is het handig om de steek even op de rechter naald te nemen, zodat je 'erbij' kunt. Neem de steek erbij en brei ze samen door de achterste lus. Houd gewoon in gedachten hoe een gebreide steek eruit ziet, je ziet vanzelf of je het goed gedaan hebt.

donderdag 23 februari 2012

Verschillende manieren om te meerderen

Meerderen kan op veel verschillende manieren. De voor mij tot voor kort enige bekende manier is deze: een steek maken door te breien in het lusje tussen twee steken in:
Steek de linker naald van achter naar voor door het lusje en brei het als een normale rechte steek (om makkelijker in te kunnen steken, duw ik het lusje vaak met de hand wat omhoog).

(de afkorting die ik hiervoor gebruik in de breipatronen is mm - meerder in het midden)

meerderen aan de rechterkant:
Dit is een mooie meerdering die je bijna niet ziet zitten in het breiwerk. Hiervoor maak je gebruik van de rij steken onder de rij waarmee je aan het breien bent. Neem voor deze meerdering de steek onder de volgende te breien steek op met de linker naald, brei hem op de normale manier.

(afkorting: mr - meerder aan de rechterkant)



Vanwege de symmetrie kun je dezelfde soort meerdering ook aan de linkerkant van een steek doen. Omdat je er net een steek in gebreid hebt, lijkt het net of je een extra toer lager insteekt, dus even goed opletten! Neem met de linker naald de linker lus op van de steek die onder de laatst gebreide steek zit. Brei deze lus recht.

(afkorting: ml - meerder aan de linkerkant)

Magic loop breien

Het meest bijzondere aan magic loop breien is denk ik wel dat je met deze methode in staat bent om in het rond te breien met heel weinig steken. Ik zou zeggen: probeer het gewoon uit!

De uitleg die hier wordt gegeven, sluit aan op de magische opzet, maar natuurlijk kun je ook met deze methode in het rond breien op een andere opzet.

Houd de twee breinaalden met de opzet met de gladde kant naar je toe. Trek nu voorzichtig de onderste naald door, zodat de lusjes op het flexibele gedeelte van de rondbreinaald komen te staan. Trek hem zover door, dat je aan weerskanten een lus (Engels: loop) krijgt. Het losse eind hangt nu nog wel los om de onderste naald (laatst opgezette steek), maar omdat je met de werkdraad direct begint te breien, zet je hem daarmee 'vast'. Houd het losse eindje tijdens het breien van de eerste steken nog even met de linker hand op z'n plek.
Steek de vrijgekomen naald in de eerste steek van de andere pen. En daar gaat 'ie dan, de pen gewoon recht uitbreien:


Als de toer klaar is, draai je het breiwerk om. Het ziet er nu uit als op de foto hieronder:


Schuif nu de bovenste breipen terug in de bovenste steken, en daarna trek je de onderste breipen een stuk door, zodat het eruit ziet als op deze foto:


Nu kun je de tweede helft van de eerste toer breien. Trek de draad bij de eerste steek een beetje stevig aan, zodat er later niet te zien is waar het 'breekpunt' heeft gezeten.
Na een toertje of drie ziet het er zo uit:


Dat was het eigenlijk al - gaat best toch?

Regenbooghoesje voor je mobiel

Dit vrolijke mobielhoesje heeft de kleuren van de regenboog. De richels ontstaan doordat de steken om en om gebreid en afgehaald worden over een aantal toeren. Dit geeft een stevig breiwerk met een soort luchtkussentjes. Perfect om je mobiel mee te beschermen!
De 'boord' bovenaan is dubbel gebreid, met een gemaasde toer bovenop voor een perfect resultaat.

Het patroon voor het hoesje is gratis te downloaden van de Ravelry site, dit kan ook door op onderstaande link te klikken.
download now

Het begin - de magische opzet

Als je een stukje breiwerk in tricotsteek eens heel goed van dichtbij bekijkt, trek er evt. een beetje aan, dan zie je dat elke toer bestaat uit een slinger van lusjes die grijpen in de lusjes van de vorige en de volgende toer. Je kunt het ook omkeren, dan zie je hetzelfde.
Het zou toch mooi zijn als je twee van die rijen lusjes als basis zou kunnen nemen voor een dichte onderkant van een nieuw breiwerk: bijvoorbeeld voor de tenen van een sok. Of het nu gaat om 3 steken naast elkaar, of 20 of meer, het ziet er gewoon mooi uit. Nou, dat kan, kijk maar:


Je ziet het misschien niet duidelijk, maar dit zijn twee rijen lusjes, om elkaar heen, en elke rij op een breinaald, zij het dan in dit geval op een flexibel stukje van een rondbreinaald. Als je hierop begint rond te breien, heb je aan de onderkant geen naad. Hieronder ga ik stap voor stap uitleggen hoe je zover komt. Mocht het niet duidelijk genoeg zijn, laat maar weten, in een reactie of via de mail, ik wil het graag perfectioneren!

Dit is het allereerste begin. Neem de twee naaldjes van de rondbreinaald (ik gebruik er eentje van 80 cm, met een kortere kan het niet, met een langere wel) in je linker hand, en hang de draad ertussen, aan de achterkant hangt het losse eind over de naald heen. Het losse eind moet lang genoeg zijn om de helft van de steken op te zetten.
Misschien is het handig om in je achterhoofd te houden dat alle steken op de voorste naald gevormd worden door het losse eind garen, en alle steken op de achterste naald door de 'werkdraad', waarbij ze tussen de steken door steeds om elkaar 'grijpen'.


Pak nu het losse eind beet, en haal de draad naar voren ...

... tussen de twee naalden omhoog, over de voorste naald heen naar onder.Houd hem daar vast.


Neem nu de 'werkdraad' (die naar de bol loopt), haal hem (voor de andere draad langs) onderdoor naar achter, over de achterste naald heen en ertussendoor weer terug:


En dan weer andersom: je maakt zo steeds een nieuw lusje, om en om op de naalden. Elke steek wordt gevormd door de (ene of de andere) draad van achter naar voren om de daarbijhorende pen te halen: de werkdraad van achter naar voren om de achterste pen (waarbij hij dus tussen de pennen naar onder gaat), de losse draad van achter naar voren om de voorste pen (waarbij hij dus juist tussen de pennen omhooggehaald wordt, en aan de voorkant naar beneden).



Het is even een handigheidje, als je een stuk of 8 steken hebt opgezet, ziet het er zo uit:


Dit is de goede kant van de opzet: twee toeren lusjes die in elkaar grijpen. 'Gewoon' twee toeren tricotsteek:


Je hebt zelfs al een averechte kant gemaakt - logisch eigenlijk:


Bij een magische opzet hoort magisch breien natuurlijk - de zogeheten magic loop methode. Hoe dat gaat, kun je hier lezen.